Dhriti | Standvastigheid

Dhriti betekend Standvastigheid
Standvastig betekent volhardend of onwankelbaar. Dit houdt in dat je alles doet wat je zegt. Afspraken kom je bijvoorbeeld na. Als je bij jezelf iets hebt voorgenomen, een besluit hebt genomen of iets van plan bent, dan voer je dat ook uit.

Shri Ram is een voorbeeld van iemand die standvastig is. Zijn vader, Raja Dasharath, had Kaikeyi (een van zijn 3 vrouwen) twee wensen beloofd, omdat ze ooit zijn leven had gered. Kaikeyi wenste op een later tijdstip dat niet Shri Ram, maar Bharat (haar zoon) koning van Ayodhya zou worden en dat Shri Ram veertien jaren lang in het woud moest verblijven. Ondanks de protesten van een ieder, hield Shri Ram zijn vaders woord en vertrok hij naar het woud. Shri Ram was zeer geliefd en had makkelijk het koninkrijk kunnen overnemen. Alleen was het de gewoonte binnen zijn familie om altijd te doen wat ze zeggen. Zijn vader, overgrootvader en vele generaties van koningen voor hem hadden deze gewoonte, daar stond zijn familie bekend om.

De volgende woorden zijn daardoor heel bekend geworden:

Raghukoel riet sadaa chali aayie, praan jaaye par vachan na jaaye.

kul (koel) betekent familie. Shri Ram hoorde tot de familie Raghu, riet is een gewoonte en sadaa betekent altijd, praan is je leven en vachan is alles wat je zegt. Het is dus altijd al de gewoonte van de familie Raghu geweest, dat ze doen wat ze zeggen, ook al moesten ze hun leven opofferen om hun woord te kunnen houden. Hieronder zal het voorbeeld van Shri Ram uitgebreider behandeld worden.

Shri Ram

Dasharath was de koning van Ayodhya, hoofdstad van het welvarende koninkrijk Koshal, aan de oever van de rivier Saryu. Dasharath was een nobele en rechtvaardige koning en iedereen hield van hem. Hij was zo dapper dat zelfs Indra, de koning van de Devta’s, zijn hulp vroeg als zij oorlog voerden met de Rakshasa’s. Op een keer toen Indra in oorlog was met de Rakshasa Shambar, vroeg hij wederom de hulp van Raja Dasharath. Dit keer ging zijn vrouw Kaikeyi met hem mee. De strijd duurde lang en was hevig en hoewel de Devta’s hadden gewonnen, was Dasharath in de strijd gewond geraakt. Kaikeyi verpleegde de gewonde Dasharath weken lang en redde zo zijn leven. Toen Dasharath weer hersteld was mocht zij van hem, als dank voor het redden van zijn leven, twee wensen doen. Ze koos ervoor om de twee wensen te bewaren voor een later tijdstip.

Raja Dasharath had naast Kaikeyi nog twee andere koninginnen: Kaushalya en Sumitra. Kaushalya was de moeder van Shri Ram, Kaikeyi van Bharat en Sumitra van Lakshman en Shatrughan. Alle vier prinsen waren rechtschapen en dapper, maar Dasharath hield het meest van Shri Ram, die getrouwd was met Sita en die de favoriete troonopvolger was van heel Ayodhya. Shri Ram had een nberispelijk karakter en stond bekend om zijn goed gedrag. Toen Shri Ram volwassen werd, toonde hij de eigenschappen die horen bij een goede koning. Daarom wilde Dasharath Shri Ram kronen tot koning. Iedereen was blij met deze beslissing van Dasharath, behalve Kaikeyi.

Zo gebeurde het dat Raja Dasharath op een middag naar Kaikeyi ging. Hij trof haar in een slecht humeur aan. Het leek alsof zij erg boos was. Toen Dasharath Kaikeyi zo zag, ging hij naast haar zitten en vroeg haar: “Lieve koningin, vertel mij wat er aan de hand is. Waarom ben je boos? Wie heeft jou iets aangedaan? Al zijn het de Devta’s, die jou iets hebben aangedaan, ik zal wraak nemen.” Maar Kaikeyi weigerde te antwoorden. Toen kwam bij Dasharath de gedachte dat hijzelf haar misschien iets had misdaan en zei tenslotte: “Ik zweer bij mijn allerliefste Ram dat ik je opzettelijk niets heb misdaan. Morgen zal ik Ram kronen tot koning en zal heel Ayodhya feest vieren. Ben je dan niet blij?” Toen Kaikeyi dit hoorde, zei ze:” Jij hebt mij destijds wel twee wensen gegeven, maar zul jij ze ook vervullen?” Dasharath lachte en antwoordde hierop:

Raghukoel riet sadaa chali aayie, praan jaaye par vachan na jaaye.

“Het is sinds mensenheugenis de gewoonte van de familie Raghu, dat wat wij zeggen, we ook doen, al moeten wij daarvoor ons leven opofferen.”
“O Heer, luister dan goed naar mij!”, zei Kaikeyi. “Mijn eerste wens is dat Bharat gekroond zal worden tot koning en mijn tweede wens is dat Ram veertien jaren lang in het woud moet verblijven (vnv;s).” (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) Toen Dasharath dit hoorde werd hij bleek van kleur. Eerst kon hij geen woord meer uiten en stond geveld als een boom, die getroffen is door de bliksem. Daarna liet hij zijn hoofd zakken en dacht: “Is dit soms een nachtmerrie? Wat voor moois had ik in petto voor Ram en kijk wat er nu gebeurt!”

Dasharath stond altijd vroeg op, maar was nu zo verdrietig dat hij de volgende ochtend niet aan het hof verscheen. De hele avond had hij niet geslapen en dacht alleen maar aan Shri Ram. Toen alle mensen zich al hadden verzameld en Dasharath er nog steeds niet was, gingen Shri Ram en Sumant (sumNt), de eerste minister van koning Dasharath, naar het verblijf van de koning. Daar zag Shri Ram zijn vader in een erbarmelijke toestand; zijn lippen waren gedroogd en zijn lichaam erg warm. Shri

Ram vroeg toen beleefd aan Kaikeyi: “Moeder, vertel mij, waarom is mijn vader zo verdrietig? Ik zal alles doen om zijn verdriet te verminderen.” Nadat Shri Ram alles van haar had vernomen (Bharat moest koning worden en hij veertien jaar naar het bos), lachte hij en zei liefdevol: “Lieve moeder, alleen een zoon die luistert naar zijn vader en moeder zal gelukkig zijn. Mijn lieve broertje Bharat zal koning worden en ik zal naar het woud gaan en veel goede dingen van de wijze Rishi’s (AiW) en Moeni’s aldaar leren. Welk ander geluk kan ik mij nog meer wensen ?” (zie Figuur 1)

Figuur 1. Shri Ram krijgt te horen dat hij voor veertien jaar naar het woud wordt verbannen.

Toen de mensen van Ayodhya dit vernamen, werden ook zij erg verdrietig. “Wat is Ayodhya zonder Shri Ram?”, dachten zij. Iedereen probeerde Shri Ram over te halen om in Ayodhya te blijven, maar Shri Ram was erg standvastig en hield voet bij stuk. Hoe kon het immers gebeuren dat iemand van de familie Raghu iets had beloofd en dat niet waarmaakte? Dit was voor hem ondenkbaar. Hij zou doen wat hem te doen stond. Ondanks alle verzoeken en gebeden van heel Ayodhya namen Shri Ram, Sita en Lakshman afscheid van iedereen in het koninklijk paleis en van de hele stad Ayodhya en bertrokken zij gekleed als Sanyasi’s naar het woud.

Op het moment dat je iemand iets beloofd, wees dan standvastig en houd je aan je belofte, net als Shri Ram. Hij heeft zich aan zijn belofte gehouden, ook al betekende het dat hij geen koning meer is geworden en veertien jaar in het bos heeft moeten doorbrengen. Beloften maak je om je eraan te houden en niet om ze te verbreken. Shri Ram heeft op de dag dat hij gekroond zou worden te horen gekregen dat hij veertien jaar in armoede moet leven in het bos. Hij heeft dit zonder enige twijfel geaccepteerd, dat getuigd van een zeer goed karakter.