Sri Chaitanya Mahaprabhu

Sri Chaitanya Mahaprabhu

Sri Chaitanya Mahaprabhu is de meest recente in­carnatie van Krishna of God. ‘Chaitanya’ betekent ‘levenskracht’. Hieronder volgt het verhaal van Heer Chaitanya’s neerdaling in deze wereld en een paar druppeltjes nectar van Zijn eindeloze lila, ofwel spel en vermaak:

De verschijning
In de stad Navadvipa, ongeveer 100 kilometer ten noorden van Calcutta, werd op de avond van 18 februari 1486, net na zons­ondergang, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, Sri Krishna, ‘geboren’ als Sri Chaitanya Mahaprabhu. Ten tijde van Zijn verschijning was er een maansverduistering en, zoals gebruikelijk bij zulke gelegenheden, namen alle inwoners van Navadvipa een bad in de Ganges en chantten luid de heilige namen van God: “Haribol! Haribol!’” Door juist dit moment uit te kiezen om te verschijnen gaf de Heer al aan wat het doel van Zijn missie zou worden: het zelf proeven en massaal versprei­den van het chanten van de heilige namen van God, wat het eenvoudigste en krachtigste proces is om in dit tijdperk tot zelf­realisatie te komen.

De naamgeving
Heer Chaitanya’s vader was een vrome en geleerde brahmana2 en zijn naam was Jagannatha Misra. Zijn moeders naam was Sacidevi en zij was het toonbeeld van een goede vrouw. Ze kregen samen acht dochtertjes, die echter allen kort na hun geboorte overleden. Toen kregen ze een zoon die eindelijk in leven bleef en die ze Vishvarupa noemden. En nu dan nog een zoon. En wat voor een! Overgelukkig hield Sacidevi het bijzondere kindje in haar armen. Wat was Hij mooi! Zijn huid schitterde als gesmolten goud en Hij had prachtige grote ogen, net lotusblaadjes. Iedereen die de goddelijke baby zag kon zijn ogen niet van Hem afhouden. Sommigen fluisterden dat, afgezien van Zijn huidskleur, Hij precies op Krishna leek. Tot vreugde van alle aanwezigen voorspelde Heer Chaitanya’s grootvader, een beroemd astroloog, dat deze jongen een grote persoonlijkheid was die nog veel belangrijke dingen zou doen voor de wereld.

Daarom gaf hij Hem de naam Vishvambhara, wat ‘instandhouder van het universum’ betekent. En omdat Hij onder een nima-boom geboren was, noemde Sacidevi Hem Nimai.

Nimai’s list
Soms begon Hij luidkeels te huilen en kon niets Hem tot bedaren brengen. Op een keer probeerden Sacimata en haar vriendinnen de kleine jongen op te vrolijken door kirtan voor Hem te zingen en in hun handen te klappen: “Haribol! Hari Hari!” Meteen begon Nimai’s gezichtje op te klaren en te stralen. Maar zo gauw ze met zingen stopten begon Hij weer te huilen. Zo kreeg Heer Chaitanya zelfs als baby al mensen aan het chanten.

Balarama wacht af
Net zoals Sri Krishna’s verschijnen in deze wereld werd voorafgegaan door de komst van Heer Balarama, Krishna’s eerste expansie en transcendentale broer, was een aantal jaren voor Heer Chaitanya’s neerdaling Nityananda Prabhu geboren, en wel in het kleine dorpje Ekachakra, gelegen in het district Birbhum. Zijn ouders waren Hadai Pandit en Padmavati Devi.

Nityananda Prabhu is de incarnatie van Balarama in Heer Chaitanya’s spel en vermaak. Als de tijd gekomen was, zou Hij zich bij Sri Chaitanya Mahaprabhu voegen en een van de Heer’s belangrijkste assistenten worden in het verspreiden van de sankirtan-beweging.

God tot op Zijn voeten
Toen de kleine jongen begon te lopen werden overal op het modderige erf rond Jagannatha Misra’s huis de speciale tekens zichtbaar die op Nimai’s voetzolen stonden, zoals een vlag, schelp, vis, bliksemschicht en werpschijf. Volgens de vedische geschriften kunnen we alle avatara’s of incarnaties van God direct onderscheiden van bedriegers door te kijken of dit soort bijzondere tekens aanwezig zijn. Als iemand zich als God presenteert en je wilt weten of hij de waarheid spreekt, dan hoef je bij wijze van spreken alleen maar even zijn voet op te lichten! Op deze manier bewees Sri Chaitanya Mahaprabhu al op jonge leeftijd dat Hij een bonafide incarnatie van God is. Maar Zijn ouders waren zo vol met gevoelens van ouderlijke liefde voor Hem dat ze niet konden begrijpen dat de goddelijke voetafdrukken afkomstig waren van hun zoontje.

De dieven gefopt
Zo scharrelde Baby Vishvambhara rond op het erf bij Zijn huis. Hij werd altijd met zorg gekleed door Moeder Saci en zag er heel aantrekkelijk uit. Op een keer besloten twee dieven om Zijn juwelen te stelen. Ze verheugden zich al bij het zien van zo’n ge­makkelijke prooi. Onder het mom van ‘even spelen’ tilden ze de baby op hun schouders, met het plan Hem snel naar hun huis te brengen. Net als een gewoon kind zou doen, genoot Nimai van het plezierritje. Maar tege­lijkertijd hield Hij de dieven voor de gek, want na een poosje eindigden ze weer bij Zijn eigen huis! Hoe kon dat nu? De dieven begrepen er niets meer van! Maar omdat ze bang waren dat ze gepakt zouden worden, zetten ze Nimai gauw op de grond en vlucht­ten weg.

Een wonder
Op een dag werd Nimai boos op Zijn moeder en sloeg haar met Zijn hand. Moeder Saci deed net alsof ze flauw viel. Toen de Heer begon te huilen kwamen de buurvrouwen kij­ken wat er aan de hand was. Zij zeiden tegen Nimai: “Ga vlug een cocosnoot halen om Je moeder te genezen”. Vishvambhara ging meteen op zoek, vond twee cocosnoten en bracht ze naar Zijn moeder. Alle vrouwen waren verbaasd om dit te zien, want het was onmoge­lijk om zo’n soort cocosnoot te krijgen in die tijd van het jaar, en in dat gedeelte van het land.

Het open geheim
De jonge meisjes uit het dorp, tussen de tien en twaalf jaar, hadden de gewoonte om in de Ganges hun bad te nemen en dan Heer Siva te aanbidden om zo goede echtgenoten te krijgen. Nimai kwam dan bij de meisjes zitten en zei tegen hen, “Aanbid Mij en Ik zal jullie goede echtgenoten en zegeningen geven. Gangadevi en Durga zijn Mijn dienaressen, om noch maar te zwijgen van andere halfgoden. Zelfs Heer Siva is Mijn dienaar”. Vervolgens pakte Hij dan de offergaven van sandelhoutpulp en smeerde die op Zijn lichaam, deed de bloemenkrans om Zijn nek en at de offers van bananen, rijst en zoetigheden die de meisjes eigenlijk voor Heer Siva hadden meegebracht. Vanzelf­sprekend viel Zijn gedrag niet bepaald in goede aarde! Als sommige meisjes dan weg­renden, riep Nimai: “Als jullie gierig zijn en jullie offers niet aan Mij willen geven, zullen jullie met een oude man trouwen die al minstens vier andere vrouwen heeft!” Wanneer de meisjes deze zogenaamde vloek hoorden, brachten ze hun offers terug naar de Heer. Je kon immers maar nooit weten. Mischien had Nimai wel speciale krachten! En eigenlijk voelden ze zich wel tot Hem aangetrokken.

Een moeilijk verzoek
Toen Hij een jaar of zestien was verliet Vishvarupa, Heer Chaitanya’s oudere broer, die ook een gedeeltelijke incarnatie van Balarama was, plotseling Zijn ouderlijk huis om als monnik naar allerlei heilige plaatsen in India te gaan reizen. Moeder Saci was hier heel bedroefd over maar dat veranderde niets aan de afwezigheid van haar geliefde zoon.

Inmiddels was Nityananda prabhu dertien jaar oud en verliet Hij het huis met een reizende bedelmonnik (sannyasi) die bekend stond als Lakshmipati Tirtha. Nitai’s vader, Hadai Pandit, had de reizende sannyasi alles aangeboden wat hij maar wilde. Hierop antwoordde Lakshmipati Tirtha dat hij iemand nodig had om hem te helpen bij zijn reizen naar de heilige plaatsen (hij stond op het punt een pelgrimstocht te beginnen) en dat Nitai perfect zou zijn voor de baan. Hadai Pandit’s hart stond bijna stil van schrik, zo gehecht was hij aan zijn dierbare Nitai. Maar omdat hij een sannyasi  niets wilde weigeren stemde hij uitein­delijk toe. Zo gingen Lakshmipati Tirtha  en Nityananda samen op bedevaart. Niet lang daarna echter overleden Zijn beide ouders van verdriet.

Nitai’s lange fysieke spirituele reis door India zou Hem in contact brengen met belangrijke guru’s van de Vaishnava-traditie. Behalve Lakshmipati Tirtha, die hem op een gegeven moment inwijdde, werd hij ook geassocieerd met de beroemde andere discipelen van Lakshmipati Tirtha: Madhavendra Puri, Advaita Acharya en Ishvara Puri, de spiritueel leraar van Chaitanya Mahaprabhu.

Nimai als geleerde en bruidegom
Ondertussen was Nimai Zijn kwajongensstreken enigszins ontgroeid en met name na het vertrek van Zijn broer werd Hij een serieuze student van grammatica en logica. Hij blonk daarin zo uit dat Hij in Navadvipa en omstreken bekend raakte onder de naam Nimai Pandit, wat ‘geleerde’ betekent. Al gauw opende Hij Zijn eigen school en gaf les aan vele jonge studenten. Niet lang nadat Zijn vader was overleden trouwde Nimai met Laksmipriya, een jong meisje dat net zo mooi en lief was als de godin van het geluk. Het huwelijk van Vishvambhara en Lakshmipriya was een overweldigend feest dat vele dagen duurde en in pracht en praal niet onderdeed voor de verenig­ing van Lakshmi’ en Narayana’. Alle inwoners van Navadvipa waren het er over eens dat ze nog nooit zo’n schitterend bruidspaar hadden gezien.

Vreugde en verdriet
Maar het geluk was van korte duur. Kort nadat Lakshmipriya haar intrek had genomen bij Sacimata, die al gauw erg dol op haar was, besloot Vishvambhara een reis naar Oost-Bengalen te ondernemen. Zijn voorwendsel was dat Hij ging om rijkdom te vergaren, maar eigenlijk wilde Hij die streek en haar inwoners zuiveren en blij maken met het stof van Zijn lotusvoeten en Zijn beeldschone verschijning. Tijdens Zijn afwezigheid miste Laksmi- priya haar echtgenoot zo erg dat haar verdriet de vorm aannam van een slangenbeet, waardoor zij op sterven kwam te liggen. Tot ieders verrassing kwam er plotseling een spirituele vliegtuig uit de hemel dat haar oppikte en meenam naar Vaikuntha (spirituele hemel)”. Sacimata voelde zich echter eenzaam zonder schoondochter en begon nogmaals regelingen te treffen voor een huwelijk voor haar transcendentale zoon. Een poosje later trouwde Nimai op­nieuw, nu met Vishnupriya, dochter van Sanatana Pandit.

De Vaisnava’s bidden voor Nimai
Zoals gezegd was het doel van Sri Chaitanya Mahaprabhu’s neerdaling het zelf proeven en verspreiden van het chanten van Krishna’s heilige namen. Maar na al die jaren was Hij daar nog steeds niet echt mee begonnen. Hij ging helemaal op in Zijn rol als student, en genoot ervan om met anderen te argumenteren op basis van de geschriften, en ze dan te ver­slaan. Niemand kon het opnemen tegen Zijn feilloze kennis van de Sanskriet grammatica. Zelfs de grootste geleerden van het land moesten tegenover de jonge Nimai Pandit hun nederlaag accepteren. Studeren, argumenteren en lesgeven waren Vishvambhara’s lust en leven en het leek er niet op dat dat ooit zou veranderen. Grote toegewijden van die tijd, zoals Advaita Acarya en Srivasa Thakur, verzuchtten dikwijls dat het toch zo geweldig zou zijn als Nimai Pandit eens zou ophouden met het vergaren van materiële kennis en roem, en ook een Vaisnava zou wor­den. Zo begonnen de toegewijden van Navadvipa oprecht tot Krishna te bidden dat Vishvambhara alsjeblieft ook een toegewijde zou mogen worden. Toen ze Hem erover aanspraken toonde de Heer hen Zijn liefste glimlach en bedankte hen.

Hij zei dat Hij altijd van plan was geweest om Zich over te geven aan een zuivere toe­gewijde, maar dat Hij eerst nog wat verder wilde studeren. Iedereen voelde zich tot Hem aangetrokken, omdat Hij zo mooi en vol genegenheid was.

De genade van de Guru
Toen Heer Chaitanya eens een bedevaartstocht naar Gaya maakte ontmoette Hij daar de grote toegewijde Isvara Puri, die Hij als Zijn geestelijk leraar aanvaardde. Na Zijn inwijding in de Hare Krishna maha-mantra was de Heer als een ander persoon. Zijn hart was altijd vervuld van liefde voor God, Zijn ogen waren vol tranen en Hij chantte en danste in vervoering. Zo demonstreerde Heer Chaitanya door Zijn eigen voorbeeld hoe belangrijk het is om de genade van de toegewijden en de geestelijk leraar te ont­vangen, en dat dit de werkelijke manier is om liefde voor Krishna te ontwikkelen.

De nectar begint te vloeien
Eenmaal teruggekomen in Navadvipa begon Heer Chaitanya samen met Zijn volgelingen kirtan” te houden in het huis van Srivasa Thakura. Nu dan was de sankirtan-beweging werkelijk van start gegaan, alhoewel nog niet in het openbaar. Iedere avond gedurende een heel jaar zongen en dansten de bhakta’s op de binnenplaats van Srivasa Thakura’s huis en proefden de extase van de heilige naam door het chanten van

Hare Krishna Hare Krishna
Krishna Krishna Hare Hare
Hare Rama Hare Rama
Rama Rama Hare Hare

Tijdens deze kirtans vonden vele wonderbaarlijke, vertrouwelijke gebeurtenissen plaats tussen Heer Chaitanya en Zijn toegewijden, die immers allen Zijn eeuwige metgezellen waren uit de geestelijke wereld. Daarom hielden de Vaisnava’s’ de deuren gesloten, zodat de vele ongelovigen, die op het geluid afkwamen maar eigen­lijk slechts de zaak wilden komen verstoren, daar geen kans toe kregen. Het zou echter niet lang meer duren of de genade van de sankirtan-beweging zou alle straten van Nadia gaan overvloeien en van daaruit alle dorpen en steden van de hele wereld.

Nitai verschijnt
Nityananda Prabhu, Mahaprabhu’s dierbare metgezel, die in Mathura de ontvouwing van Heer Chaitanya’s lila had afgewacht, voelde dat het moment gekomen was om Zich bij de Heer te voegen en maakte Zijn opwachting in het huis van Nandana Acarya. Gauranga wist dat Heer Nityananda in Nadia gearriveerd was en stuurde Zijn bhakta’s uit om Nitai te zoeken. Daarna vond een vreugdevolle ontmoeting plaats tussen de beide transcendentale broers, Sri Sri Gaura-Nitai.

De brahmana’s worden jaloers
In de tijd van Sri Chaitanya Mahaprabhu en ook ver daarvoor heerste in India een streng moslimbewind, waardoor de hindoes op diverse manieren werden onderdrukt. Dit had veel mensen ontmoedigd in het strikt beoefenen van hun geloof. Maar dankzij de activiteiten van Sri Gaurahari” voelden de hindoes zich gesterkt en begonnen, in navolging van de Heer, hun huizen en harten te zuiveren door weer regelmatig kirtans en puja’s te houden. Langzamerhand raakte de sankirtan-beweging zo populair dat de wanden van alle huizen van Navadvipa trilden van het gerinkel van karatala’smridanga’s en het chanten van de heilige namen. Maar dit maakte de plaatselijke smarta-brahtnana’s erg kwaad. Smarta-brahtnana’s zijn mensen die erg trots zijn om in een brahmaanse familie geboren te zijn maar die daardoor nog niet perse de brahmaanse eigenschappen bezitten, zoals waarheidlievendheid, vergevingsgezindheid, etc. Volgens deze zogenaamde brahmana’s besmette Heer Chaitanya de hindoe-religie door de lagere kasten aan te moedigen de heilige vedische mantra’s (gebeden) te chanten. Bovendien waren zij jaloers op Gaurahari’s populariteit bij het volk.

De eerste protestmars
Ze besloten om hun beklag te gaan doen bij de Kazi, een plaatselijke Islamitische rechter, die als gevolg daarvan een huis binnenviel waar kirtan gehouden werd. Hij brak een mridanga en voerde ter plekke een wet in waarmee hij het geza­menlijk chanten op straat verbood. Als protest hierop verzamelde Heer Chaitanya vele duizenden bhakta’s uit alle omliggende dor­pen en voerde hen in een optocht mee naar het huis van de Kazi. Hij wilde laten zien dat er geen materiële wet bestaat die het bovenzinnelij­ke chanten van de heilige naam kan tegenhouden. Omdat de avond reeds gevallen was, droegen alle bhakta’s fakkels. Dit was voor het eerst dat er in het openbaar zo’n enorme kirtan-processie gehouden werd. Ieder die het zag vergat zichzelf. De in­vloed van de heilige naam was overweldigend!

Alle bhakta’s waren door het dolle heen, aangespoord door de aan­wezigheid van hun leider Gaurahari en door hun woede jegens de Kazi, die hen verbo­den had de Hare Krishna mantra te chanten. Zo trok de stoet met oorverdovend geluid op naar het huis van de islamitische rechter, de fakkels flakkerend als een eindeloze stoet lichten in de nacht.

Krishna beschermt zijn toegewijden
Eenmaal daar aangekomen vond er een debat plaats tussen Heer Chaitanya en de Kazi, waarbij de Heer de filosofische tekortkomingen van de Koran, de heilige schrift van de moslims, naar voren bracht en het belang van de bescherming van de koe benadrukte. De Kazi gaf zich al gauw gewonnen voor Gaurahari’s argumenten. Toen vroeg de Heer aan de rechter waarom hij ondanks de nieuwe wetgeving toch geen verdere maatrege­len ondernomen had om het chanten, wat nog steeds overal in de stad plaatsvond, te  stoppen. Na enige aarzeling vertelde de Kazi Heer Chaitanya dat hij diezelfde nacht nadat hij de mridanga gebroken had een nachtmerrie had gehad. Een angstaanjagende verschij­ning, half mens half leeuw, brullende op zijn borst sprong en hem dreigde al zijn familieleden incluis hem in stuk­ken te zullen scheuren als hij nog een keer het chanten van de heilige naam zou verbieden. Als bewijs van dit incident ontblootte de Kazi in bijzijn van allen zijn borst waarop de schrammen van de scherpe nagels van de leeuw nog duidelijk zichtbaar waren. Natuurlijk begrepen de toegewijden onmiddelijk dat de Kazi een nachtelijke ont­moeting moest hebben gehad met Heer Nrisimhadeva!’

De Kazi verlost
Daarna gaf de Kazi zich met een gezuiverd hart over aan Sri Chaitanya Mahaprabhu’s lotusvoeten en bad dat de Heer altijd het object van zijn toewijding mocht zijn. De Heer aanvaardde de berouwvolle rechter en vroeg hem er zorg voor te dragen dat ten­minste in het district Nadia de sankirtan-beweging niets in de weg zou worden gestaan. Onmiddelijk werden alle volgelingen duidelijk geïnstrueerd dat ze van nu af aan de sankirtan-beweging van Sri Chaitanya Mahaprabhu nooit meer mochten verstoren. Toen Hij dit hoorde kwam de Heer overeind en chantte luid “Hari! Hari”. Daarop volgde een grote kirtan waarin ook de Kazi uitgelaten meedanste en meezong, zijn hart vol van de genade van Heer Gauranga. In de Chaitanya-caritamrita wordt beschreven dat een ieder die dit verhaal hoort over hoe Heer Chaitanya de Kazi vergiffenis schonk, van al zijn overtredingen verlost zal worden.

De Sankirtan golf
En wat gebeurde er daarna allemaal nog meer? Kort samen­gevat: De zondaars Jagai en Madhai werden bevrijd, Vishvambhara besloot om sannyasa te nemen om Zijn predikmissie te bevorderen en ontving de naam Sri Krishna Chaitanya. Vervolgens ging Hij op reis naar Jagannatha Puri en van daaruit op bedevaart naar allerlei plaatsen in Zuid-India, zes jaren achtereen. Voor de massa hielden Heer Chaitanya en Zijn volgelingen extatische kirtans waaraan duizenden mensen deelnamen, waarna ze aan alle aanwezigen Krishna-prasada uitdeelden.

Bijna allen die Hem zagen bekeerden zich tot toegewijden van Krishna en inspireerden op hun beurt weer vele anderen. Daarnaast ontmoette de Heer tijdens Zijn vele omzwer­vingen grote zielen zoals Rupa Gosvami, Sanatana Gosvami, Ramananda Raya en Sarvabhauma Bhattacarya, allemaal eeuwige metgezellen uit Zijn Krishna-lila die zich op diverse plaatsen in India ‘verborgen hielden’. Met deze zuivere toegewijden had Sri Chaitanya innige uitwisselingen in de vorm van verheven gesprekken over Radha en Krishna’s spel en vermaak. Ieder die met de Heer in contact kwam, voelde zich helemaal tevreden gesteld door Hem en ontving Zijn genade op een manier die precies bij hem of haar paste.

Een eeuwige instructie
Als directe incarnatie van Krishna met de gemoedstoestand van Srimati Radharani, ver­langde Sri Chaitanya Mahaprabhu niets anders dan zoveel mogelijk zielen te helpen terug­keren tot hun eeuwige relatie met Krishna in de geestelijke wereld. Daarom was er een instructie die Sri Chaitanya Mahaprabhu steeds opnieuw gaf, die voor iedereen bedoeld was, zowel toen als nu:

yare dekha tare kaha krsna-upadesa amaril ajnaya guru hana tara ei desa

“Onderricht iedereen die je ontmoet in het volgen van de instructies van Heer Sri Krishna zoals beschreven in de Bhagavad-gita en Srimad-Bhagavatam. Word op deze manier een geestelijk leraar en probeer iedereen in dit land te bevrijden.”

De opeenvolging van discipelen
Zelf liet Heer Chaitanya Mahaprabhu slechts acht verzen in geschreven vorm na, die bekend staan als de Shiksastakam. Hij gaf Zijn volgelingen, de zes Gosvami’s van Vrindavana, echter de opdracht boeken te schrijven die de essentie van de dikwijls ingewikkelde vedische leringen zouden verduide­lijken. Wat is die essentie? De meest complete Gods- realisatie is de Heer te kennen in Zijn vorm als Krishna, die eeuwig de koeien hoedt in Vrindavana, en de perfectie van het menselijke leven is onvoor­waardelijke liefdevolle dienst aan Hem.

Bekrachtigd door Sri Chaitanya Mahaprabhu hebben de zes Gosvami’s enkele honderden bijzonder mooie boeken geschreven over de leer van bhakti”. Zij namen discipelen aan, die op hun beurt weer discipelen hadden en zo maar door. Dankzij Sri Chaitanya Mahaprabhu en Nityananda Prabhu vindt deze opvolging van discipelen doorgang tot op de dag van van­daag. Vele transcendentale persoonlijkheden hebben hun bijdrage geleverd aan het onveranderd doorgeven van deze uiterst belangrijke kennis, zoals onder andere Srila Bhaktivinoda Thakura en Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura.

Boodschapper van de Heilige Naam
Maar het was niemand anders dan Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada die in 1966 op 69-jarige leeftijd de moed had om in zijn eentje de oceaan over te steken om te proberen de sankirtan-beweging van Sri Chaitanya Mahaprabhu naar het Westen te brengen. En met zoveel succes! Wie kent nu de Hare Krishna beweging niet? Vanzelfsprekend voelen wij als westerlingen in het bijzonder dankbaarheid voor onze eeuwige geestelijk leraar en vriend, Srila Prabhu­pada, dankzij wiens onvermoeibare enthousiasme en toewijding de hele wereld nu de genade van Sri Chaitanya Mahaprabhu kan proeven in de vorm van het chanten van de Hare Krishna maha-mantra, het ideale gebed voor toegewijde dienst aan God.