Shri guru charana saroja

Shri guru charana saroja

Shri guru charana saroja raja nija mana mukuru sudhaari, baranaoon raghubara bimala jasu jo daayaka phala chaari

Nadat ik de spiegel van mijn gedachten heb gezuiverd met de stof van de lotusvoeten van Shri Gurudev,
ga ik over tot het beschrijven van de feilloze glorie van Shri Raam – schenker van de vier vruchten.
~ Hanumaan Chalisa – Doha 1 ~

Charan = voeten                                   Baranaoon = beschrijven
Saroj = lotus                                          Bimal = zuiver
Raj = stof                                               Jasu = glorie
Nij = eigen                                            Daayak = schenker
Mukuru = spiegel                                Phal = vrucht
Sudhaar = verbeteren                        Chaar = vier

De bovenstaande Amrit Vachan is ongetwijfeld een van de bekendste gebeden die in het dagelijks leven wordt toegepast. Hierin begint Goswami Tulsidasji de Hanumaan Chalisa met het betuigen van respect aan zijn guru. Het woord guru bestaat uit twee delen: ‘gu’ (gu = duisternis) en ‘ru’ (¨ = vernietigen). In ons leven is onwetendheid de symbolische duisternis die weggenomen kan worden door kennis over de zin en het doel van het leven.

Deze taak wordt vervuld door een guru, die vanwege deze goddelijke taak op dezelfde manier gerespecteerd en gewaardeerd wordt als Bhagwaan. Uiteindelijk streeft een guru ernaar om een persoon die hier klaar voor is te helpen zijn of haar ware aard te herkennen. De ware aard van onze aatma (ziel) is kwalitatief gelijk aan die van Paramaatma (Goddelijke Ziel). De jivaatma (individuele ziel) realiseert zich dit echter niet en hecht zichzelf daarom in eerste instantie aan het aardse en het vergankelijke. Wanneer wij leren dat dit ons ongelukkig maakt en besefen dat wij op zoek zijn naar iets wat onvergankelijk is, dan is het de guru die ons in het proces begeleidt om de vergeten verbinding met Bhagwaan opnieuw te ervaren.

Een onderdeel van dit proces is het zuiveren van onze man (gedachten en gevoelens). Tulsidasji beschrijft dit door middel van de beeldspraak waarin hij aangeeft dat hij de spiegel van zijn geest zuivert. Wanneer een spiegel stofg en dof is, is het beeld dat gerefecteerd wordt onduidelijk en onscherp. Willen wij de refectie van Bhagwaan helder kunnen zien in onszelf, dan is het dus noodzakelijk dat onze gedachten en gevoelens dusdanig gezuiverd worden dat het mogelijk wordt hier een volmaakte weerspiegeling van Paramaatma in te kunnen zien. Uit oprechte eerbied en de herkenning van zijn verheven status stelt Tulsidasji dat hij dit doet met de stof van de lotusvoeten van zijn guru.

De voeten van een guru symboliseren het fundament van kennis en kunde waar een guru stabiel en evenwichtig op staat. Het stof hiervan is beeldspraak voor de leringen die ervoor zorgen dat onze gedachten en gevoelens gereinigd worden. De geest is in essentie een verzameling van al onze gedachten en gevoelens, welke vergeleken kan worden met een oceaan van bewustzijn waarin al onze individuele (en gelimiteerde) percepties de golven zijn. Een zuivere geest kent geen fuctuaties meer in het water van de oceaan en bevindt zich in een staat van absolute kalmte en rust. Deze zuivere vorm van bewustzijn kan men alleen verkrijgen wanneer er geen ego en arrogantie meer is. Alleen dan zijn wij in staat om te herkennen dat onze ware aard sat (waarheid ) – chit (bewustzijn) – aanand (gelukzaligheid), oftewel sacchidanand, is. Met deze gedachtegang als basis begint Tulsidasji de Hanumaan Chalisa, zodat de persoon die op het punt staat de naam van Shri Raam te reciteren zich in de juiste mentale staat bevindt.

Vervolgens wordt er gesproken over de pracht en praal van Shri Raamji, de schenker van de vier vruchten. Met dit laatste wordt er verwezen naar de vier purushaarths (levensdoelen). Het menselijke leven bestaat uit vier facetten die te maken hebben met het leven volgens verheven doelstellingen (Dharm), het hebben van een stabiele basis om te leven (Arth), het vervullen van verlangens op een verstandige manier (Kaam) en de verlossing van de limieten die we hebben doordat wij onze ware aard nog niet hebben ontdekt (Moksh). Het uiteindelijke doel van het leven is het bereiken van deze verlichting, waarbij de andere drie aspecten onderdelen vormen van het pad dat hiernaartoe leidt. Bij een bewust en doelgericht leven leiden hoort het besef dat wij leven in en van het vergankelijke om ons heen, maar hier geen deel van uitmaken.

Het begrijpen van de diepere betekenis en flosofe van uitspraken in geschriften zorgt ervoor dat het opzeggen van de gebeden met de juiste mentale focus en concentratie gedaan kan worden. Hierdoor wordt het resultaat van het reciteren of denken aan een gebed sterker en wordt het eenvoudiger om de essentie van datgene wat wij vragen ook terug te laten komen in onze gedachten en handelingen.