Wie is Krishna?

Wie is Krishna?

Velen vragen zich misschien af: “Wie is Krishna?” Er zijn talrijke Vedische verwijzingen die gebruikt kunnen worden om de juiste verklaringen te geven.

Om te beginnen zijn het de Vedische geschriften die heel duidelijk uitleg geven over de aard en identiteit van de Absolute Waarheid of Allerhoogste Persoonlijkheid. Eén van deze verwijzingen is het eerste en tweede vers van de Vedanta Sutras. Het eerste vers zegt heel eenvoudig: “Men moet nu onderzoek doen naar het Brahman.” Dit betekent, nu dat je een menselijk lichaam hebt gehad, zou je je intelligentie moeten gebruiken om te ontdekken wat spiritualiteit in werkelijkheid is en wat is eigenlijk de Absolute Waarheid. In geen enkel ander levensvorm heeft het levend wezen zo een mogelijkheid. Het tweede vers legt uit wat de Absolute Waarheid is: “Hij, die de oorsprong is van alle emanaties, Hij is de Absolute Back to Godhead - Volume 11, Number 10 - 1976Waarheid.” Dus, als het verwijst naar “Hij”, de bron van alles wat bestaat, dan is de uiteindelijke oorzaak van de schepping niemand anders dan een persoon.

De Rig-veda (1.154.4-5) vervolgt: “ Hij, Wiens drie plekken gevuld zijn met zoetheid, en onvergankelijk plezier, die waarlijk alleen het drievoudige, de aarde, hemel en alle levende wezens, handhaaft. Moge ik Zijn zeer geliefde woning bereiken, waar de mensen die God zeer toegewijd zijn, gelukkig zijn. Vandaar uit ontspringt de bron van honing op Vishnu´s hoogste stap.”

Zoals vermeldt in de Caitanya-Caritamrita (Cc. Adi 2.106), is Heer Krishna de originele oerGod, de bron van alle andere expansies. Al de geopenbaarde geschriften accepteren Krishna als de Allerhoogste Heer. Bovendien vermeldt het verder (Cc. Adi 2.24-26) dat Heer Krishna Zelf de enige, onverdeelde Absolute Waarheid is en de uiteindelijke realiteit. De Absolute Waarheid wordt in drie fasen van inzicht gerealiseerd, namelijk Brahman (de onpersoonlijke, al-doordringende spirituele energie), Paramatma (de Superziel in alle wezens) en Bhagavan (de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods).

De Svetasvatara Upanishad  (5.4) vermeldt ook dat het Opperwezen, Heer Krishna, door iedereen vererenswaardig is, de enige aanbiddelijke God, hij is algoed, algenadig, bestuurder van alle scheppingen, verschenen uit de schoot (in Zijn spel en vermaak als Heer Krishna), want Hij is eeuwig aanwezig in alle levende wezens (als Superziel). Verder staat er (3.8), “Ik heb deze transcendentale Persoonlijkheid Gods gerealiseerd, die te vergelijken is met de zon, die eeuwig licht geeft, maar Hij is ver, ver verheven boven de duisternis van de materiële wereld. Alleen door Hem te kennen kan iemand bevrijd raken van de cyclus van geboorte en dood. Een ander manier om God te realiseren is er absoluut niet.”

De Svetasvatara Upanishad (5.6) verklaart dat Heer Krishna de Allerhoogste God is. “Hij is het meest esoterisch aspect, verborgen in de Upanishads, welke de essentie vormt van de Vedas. Brahmā kent Hem zowel als de bron van zichzelf als van de Veda’s. De Goddelijke aspecten zoals Shiva en de zieners van de oude tijd, zoals Vamadeva rishi, die Hem gerealiseerd hebben, verbinden zich met eeuwige dienstbaarheid aan Hem en worden daardoor natuurlijk onsterfelijk.” En in (6.7) staat verder: “Laat ons onze toevlucht nemen tot Hem, die Transcendentaal is en de enige vererenswaardige Heer van het universum, die de hoogste Beeldgedaante is van alle beeldgedaanten, de Allerhoogste Bestuurder van alle bestuurders- laat ons Hem kennen als de Allerhoogste Goddelijkheid.”

De Gopala Tapani Upanishad, die over Gopala of Krishna gaat, is op dit punt heel duidelijk, en heeft natuurlijk talrijke verzen die de aard van de Absolute Waarheid en Heer Krishna uitleggen.

Een paar van zulke verzen gaan over het  volgende: “Brahmā, in zijn volle bewustzijn, zei heel nadrukkelijk: “Sri Krishna is de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods (1.3). Zij die op Krishna mediteren, en  Hem onvermengd dienen (dat is Zijn transcendentale zintuigen voldoening schenken door iemands eigen spirituele zintuigen daarin te betrekken ) en toegewijde dienst voor Hem doen- ze allemaal onsterfelijk worden en bereiken zo de volmaaktheid van het leven (1.10)

Sri Krishna is die Allerhoogste Goddelijkheid als de Opperste Eeuwige Werkelijkheid tussen al de andere levenswezens en de Oerbron van bewustzijn en alles wat bewust is. Hij is de enige Werkelijkheid, die geen tweede kent, maar als Superziel aanwezig in het hart van elk levend wezen, beloont Hij ze in overeenstemming met hun respectievelijke handelingen in het leven. Mensen met diepgaande kennis en die Krishna liefdevol toegewijd zijn, bereiken zeker de hoogste volmaaktheid in het leven. Terwijl degenen die dat niet doen, zullen nooit deze gelukzaligheid in hun leven beleven(1.22). Deze Krishna, die jullie het meest dierbaar is, is de oorspronkelijke Oorzaak van alle oorzaken. Hij is zowel de  meest krachtige oorzaak van de schepping van het universum als ook de stuwende kracht voor het voortbrengen van de jivas-zielen. Ofschoon Hij zowel de genieter van alles is, als ook de Heer van alle offers, Hij is altijd ātmārāma, zelfvoldaan.” (2.17)

1150275_359205977552420_1538436878_nZoals verklaard en geconcludeerd kan worden uit diverse Vedische teksten kan men samenvattend stellen dat Heer Krishna de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods is. Zoals gezegd wordt in het Sanskriet: krsnas tu bhagavan svayam  is, met andere woorden, Krishna de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods; Bhagavata Purana 1.3.28). Krishna is de bron van alle incarnaties en vormen van God.

Hij is het uiteindelijke en einde van alle Waarheid en filosofisch onderzoek, het doel of eindresultaat van de Vedanta. Hij is de al-aantrekkelijke persoonlijkheid en bron van alle plezier, waar we altijd naar verlangen. Hij is de oorspronkelijke vorm, van waaruit alles zich manifesteert. Hij is de onbegrensde bron van alle kracht, rijkdom, roem, schoonheid, wijsheid en verzaking. Dus, niemand is groter dan Hij.

Omdat Krishna de oorsprong is van alle levende wezens, is Hij ook de Allerhoogste Vader en oorsprong van alle werelden.

Zijn lichaam is hemelsblauw of zwart getint. Dit symboliseert dat Hij een absoluut zuiver bewustzijn heeft, maar betekent ook onvoorwaardelijke liefde. Krishna is derhalve de belichaming van liefde.

Hij is ook sat-chit-ananda vigraha, en dat betekent dat Zijn lichaam eeuwig, gelukzalig en vol kennis is. Een lichaam waar we allemaal naar op zoek zijn.

De reden waarom God “Krishna” genoemd wordt, wordt uitgelegd in een boek, bekend als Sri Caitanya Upanishad, dat weer gerelateerd is aan de Atharva- Veda. In vers 12 staat: “Deze drie namen van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods (Hari, Krishna en Rama) kunnen op de volgende manieren worden uitgelegd. (1) ´Hari´ betekent ´Hij, (Harati) die de knoop van materiële verlangens in het hart van de levende wezens losmaakt´; ´Krishna´ wordt verdeeld in twee lettergrepen, ´Krish´ en ´na´, ´Krish´ betekent ´Hij, die de geest van alle levende wezens aantrekt´, en ´na´ betekent ´het allerhoogste, transcendentale genot´  En samen vormen deze twee lettergrepen ´Krishna´, en (3) ´Rama´ betekent, ´Hij, die alle levende wezens behaagt (ramayati)´, en het betekent ook ´Hij die vervuld is van transcendentale gelukzaligheid.´ De maha-mantra bestaat uit het reciteren van deze namen van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods.” Op deze manier vertegenwoordigen de namen van Krishna Zijn spirituele karakter en kwaliteiten, wat, in dit geval betekent, het grootste en al-aantrekkelijke transcendentale plezier.

Als we dus verder gaan met ons onderzoek in de Vedische geschriften over de identiteit van Sri Krishna, dan komen we er achter dat ze vol staan met beschrijvingen over Sri Krishna als het Allerhoogste Wezen. Dit kan ons eigenlijk helpen te begrijpen wat de aard van God is, ongeacht tot welk religie wij behoren. Het is dus een aanmoediging voor iedereen om deze Vedische teksten te bestuderen, om zodoende meer kennis op te kunnen doen over het begrip God en spirituele werkelijkheid.

Als van ons verwacht wordt dat we God moeten begrijpen, wie kan dan Zijn kwaliteiten en karakter beter uitleggen dan Hij zelf? In de Bhagavad-gita openbaart Krishna Zelf de waarheid over Zichzelf en Zijn positie in Zijn instructies en uitleg aan Arjuna.

Er zijn talrijke verzen in dit opzicht, waarvan een paar hier maar worden geciteerd. “ En wanneer je werkelijke kennis hebt gekregen van een zelfgerealiseerde ziel, zul je nooit meer in zulke illusie vervallen, omdat je door deze kennis zult zien dat alle levende wezens niets anders zijn dan een deel van de Allerhoogste, of met andere woorden: dat ze Mij toebehoren.” (4.35)

“Wie zich volledig van Mij bewust is en Me kent als de uiteindelijke genieter van alle offers en boetedoening, als de Allerhoogste Heer van alle planeten en halfgoden en als de weldoener en vriend van alle levende wezens, bereikt vrede en verlichting van alle materiële ellende.” (5.29)

“Alle geschapen wezens hebben hun oorsprong in deze twee energieën. Wees ervan verzekerd dat van al wat spiritueel en materieel is in deze wereld, Ik de oorsprong en de ontbinding ben.” (7.6)

“Ik ben de oorsprong van alle spirituele en materiële werelden. Alles komt voort uit Mij. De wijzen die hiervan volkomen doordrongen zijn, bewijzen Me devotionele dienst en vereren Me met heel hun hart.”(10.8)

Kijken we verder naar het Srimad-Bhāgavatam, daar verklaart Heer Krishna uitdrukkelijk dat Hijzelf vóór, gedurende en na de schepping, altijd bestond en altijd zal zijn. “Ik ben het o Brahmā, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, die vóór de schepping bestond, toen er niets anders was behalve Ikzelf. Noch bestond de stoffelijke natuur, de oorzaak van deze schepping. Wat je nu ziet ben Ik ook, de Godspersoon, en wat na de vernietiging rest zal ook Ik zijn, de Allerhoogste Godspersoon.” (Bhag. 2.9.33)

De Brahma-samhita (5.40) verklaart hoe Brahman niets anders is dan de spirituele stralengloed van
Krishna´s transcendentale lichaam: “Ik aanbid Govinda, de     oorspronkelijke Allerhoogste Persoonlijkheid Gods die in      kracht te boven gaat. De stralengloed van Zijn  transcendentale lichaam is de bron van het onverdeelde Brahman, Die verschilt van de oneindige heerlijkheid van het materiële universum en Die verschijnt als ondeelbaar, oneindige, onbegrensde Waarheid.” (5.40)

Van het geringe aantal Vedische bewijzen die hier zijn geleverd, is het wel duidelijk dat Heer Krishna´s naam, gedaante, spel en vermaak enz., eeuwig bestaan in de spirituele dimensie en nooit onder invloed raakt door zelfs maar een zweem van de materiële energie. Dus, Hij kan zo vaak als Hij wil en wanneer Hij maar wil verschijnen, zoals Hij is, of in elke vorm Hij in deze materiële manifestatie wil. Hij is volledig en geheel spiritueel, want Hij is de AbsoluteWaarheid. Zoals de Vedanta Sutras verklaren: de Absolute Waarheid is Hij van waaruit alles zich manifesteert. Dus, de Absolute Waarheid is de Allerhoogste Persoon, bekend als Sri Krishna.

1491690_269344683247045_2061106203684319821_n