Honing

Honing

Er was eens een handelaar die handelde in honing. Hij had een grote winkel waar hij honing verkocht. De zaken gingen heel erg goed. Iedere dag kwamen er veel klanten. Op een dag toen één van de klanten net een pot met honing had gekocht, gleed de pot per ongeluk uit zijn handen. De pot viel op de grond, ging kapot en de honing stroomde eruit. Het was zomer en er waren veel vliegen.

Toen de vliegen de zoete geur van honing roken, vlogen ze allemaal erop af en begonnen te likken van de lekkere honing. Steeds meer en meer totdat hun buiken gevuld waren. Toen ze echter weg wilden vliegen, lukte dat niet, want hun vleugels waren vastgeplakt aan de honing. Hoe meer ze spartelden, hoe meer hun vleugels vast kwamen te zitten. Intussen kwamen steeds meer vliegen op de honing af, aangetrokken door de zoete geur. Alhoewel zij zagen dat de andere vliegen vast zaten in de honing, konden zij de zoete honing niet weerstaan en begonnen zij ook te likken van de honing. Iedere nieuwe vlieg die kwam, likte van de honing en raakte vastgeplakt. Uiteindelijk stierven één voor één alle vliegen.

De mensen in onze omgeving zeggen en doen allerlei dingen. We moeten niet zomaar mensen nazeggen en nadoen, hoe leuk het ons ook lijkt. We moeten eerst zelf goed nadenken of de mensen verstandig spreken en/of handelen. Verstandige handelingen kun je ook doen en de onverstandige handelingen moet je achterwege laten. Wanneer je iemand dus iets hoort zeggen of iets ziet doen, neem dat dan niet zomaar over, al is het zo verleidelijk. Denk er eerst over na of het goed of slecht is. Denk erover na wat de gevolgen zullen zijn. Indien je dit steeds blijft doen, dan wordt jouw omgeving als het ware een leermeester voor jezelf.